Familierecht

Het personen- en familierecht gaat over die onderdelen van het recht waar ieder mens mee te maken heeft in het leven, van de wieg tot het graf. Voorbeelden zijn onder andere geboorte en afstamming van kinderen, gezag en omgang, woonplaats, het naamrecht, huwelijk en scheiding, levensonderhoud en het huwelijksvermogensrecht. Maar ook kinderbeschermingsmaatregelen zoals ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing behoren tot het personen- en familierecht. Het erfrecht wordt vaak in een adem genoemd met het personen- en familierecht maar is vanwege de omvangrijke vermogensrechtelijke aspecten een apart rechts- en vakgebied.

Behalve het Nederlandse recht is ook het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) van groot belang bij het personen- en familierecht. Het recht op “family life” dat onder andere door artikel 8 van dit verdrag wordt beschermd, is inmiddels een bekend begrip. Daarnaast hebben veel onderdelen uit het personen- en familierecht een internationaal karakter; mensen van verschillende nationaliteiten leven, trouwen en krijgen kinderen al dan niet in het buitenland en leggen hun verzoek om echtscheiding of een ander verzoek aan de Nederlandse rechter voor.

Of de Nederlandse rechter dan bevoegd is, en of hij Nederlands recht kan toepassen zijn regelmatig voorkomende, en soms ingewikkelde vragen. Tot slot; veel geschilpunten in het personen- en familierecht hebben naast de zakelijke en juridische aspecten diepgaande menselijke consequenties. Al deze aspecten samen maken het personen- en familierecht een complex en boeiend geheel.
De specialisten van Van Koutrik advocaten kunnen u overzicht en helderheid bieden in personen- en familierecht zaken.

Echtscheiding

Een aanstaande echtscheiding zorgt voor grote persoonlijke en financiële onzekerheid. Voor partners en kinderen is het een van de meest ingrijpende ervaringen die je kunt meemaken in het leven met grote menselijke en financiële gevolgen. Een periode waarin je vreselijk veel moet regelen. Wat doen we met ons huis? Waar gaan de kinderen wonen? Welke afspraken maken we over alimentatie? En de kosten voor de kinderen? Verdeling van het spaargeld, schulden, de inboedel.

Een professioneel advies is op dit moment heel belangrijk. Van Koutrik advocaten beschikt over zeer ervaren en gespecialiseerde advocaten op het gebied van familierecht. Jarenlange ervaring met veelal complexe echtscheidingen zorgen ervoor dat wij u net dat beetje extra kunnen bieden. Vaak zijn oplossingen die voor beiden aanvaardbaar zijn niet binnen handbereik. Uw advocaat geeft u die informatie die u nodig heeft om een weloverwogen beslissing te nemen en in een begrijpelijke duidelijke taal.

De te nemen stappen vinden steeds in nauw overleg plaats. Zo nodig schakelen wij een kantoorgenoot/specialist op andere rechtsgebieden in. Zo werken wij nauw samen met een fiscaal jurist en belastingadviseur mr. Johan Haanstra die al vele malen berekeningen maakte om de scheiding zo fiscaal aantrekkelijk mogelijk te regelen. Een soms ten onrechte onderbelicht punt van aandacht.

Wij onderscheiden ons van andere familierechtadvocaten door net even verder te denken daar waar een andere advocaat geen mogelijkheden meer ziet. Creatieve financiële of persoonlijke  oplossingen zijn voor ons dagelijkse kost.  Wij blijven echter wel kritisch en zullen u wijzen op knelpunten waar u mogelijk zelf nog niet aan had gedacht. Soms kan daarmee een eindeloos slepende vecht-scheiding worden voorkomen. Als het er echter op aan komt durven wij snel te schakelen ook als dat betekent dat er onmiddellijk geprocedeerd moet worden.

Hoe vraag ik een echtscheiding aan?

Een echtscheiding kun je aanvragen bij de rechtbank. Dit wordt een 'verzoekschrift echtscheiding’ genoemd. Meestal wordt tezamen met het verzoekschrift een echtscheidingsconvenant ingediend, waarin alle afspraken staan die u samen met de wederpartij heeft gemaakt. Wanneer u kinderen heeft met uw echtgenoot, moet u een ouderschapsplan aan het verzoek toevoegen. Het verzoek om echtscheiding kan alleen door een advocaat bij de rechtbank worden ingediend.

Een echtscheiding kan op twee verschillende manier worden aangevraagd.

  1. Op gemeenschappelijk verzoek (samen met uw ex-partner)
    Als u samen met uw ex-partner afspraken heeft kunnen maken (bijvoorbeeld via mediation), dan kunt u samen u samen één advocaat inschakelen. Uw advocaat vraagt dan een echtscheiding aan op 'gemeenschappelijk verzoek'.
  2. Een eenzijdig verzoekschrift (op eigen verzoek)
    Wanneer uw ex-partner het niet eens is met de echtscheiding of wanneer u geen afspraken heeft kunnen maken, dan kan uw advocaat op uw eigen verzoek een echtscheiding aanvragen. In dat geval heeft u vaak allebei een eigen advocaat ingeschakeld en betaalt u ieder uw eigen proceskosten.

Uw ex-partner heeft vanaf de datum dat het verzoekschrift is betekend door een deurwaarder zes weken de tijd een verweerschrift in te dienen. Hij kan ook om uitstel vragen.

Woning

Een scheiding heeft ingrijpende gevolgen voor de de woonsituatie van partners en hun kinderen. De gezamenlijke koopwoning moet misschien wel worden verkocht of aan een van u beiden worden toegedeeld. Bij een huurwoning moet worden besloten wie de huur kan voortzetten. De vraag is dan wie van u beiden het grootste belang heeft om in de woning te mogen blijven wonen. Dat is vaak een lastige zaak waarover uiteindelijk niet zelden een rechter de knoop moet doorhakken.

Huurwoning

Wanneer u bent getrouwd en de huurwoning samen heeft gewoond dan is naast de hoofdhuurder de andere echtgenoot van rechtswege medehuurder geworden. Dit volgt uit de wet op grond van artikel 7:266 BW. Voor geregistreerde partners geldt hetzelfde. Als een van beiden de huur wenst te beëindigen wordt de medehuurder van rechtswege de hoofdhuurder. De verhuurder kan hier niets tegen inbrengen.

Bij een ‘gewoon’ ongehuwd samenwonen kan er ook sprake zijn van medehuurderschap. Dit ontstaat echter pas indien men aantoonbaar twee jaar lang heeft samengewoond en een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Als je binnen deze twee jaar uit elkaar gaat, dan kan het dus mogelijk zijn dat de verhuurder ontruiming van de woning vordert tegen degene die nog geen medehuurder was geworden. De hoofdhuurder is dan de enige die rechten heeft de woning te blijven bewonen na het uit elkaar gaan. Indien u samen kinderen heeft is dat helaas niet anders.

Belangrijk: u kunt pas uit de woning worden gezet indien de verhuurder een rechterlijke uitspraak (vonnis) heeft. Een sommatiebrief is daarvoor onvoldoende. Indien u een sommatiebrief heeft ontvangen kunt u het beste een advocaat raadplegen om te overleggen of u wel of geen recht heeft de woning te blijven voorkomen. Daarmee voorkomt u mogelijk aanzienlijke kosten.

Partneralimentatie

Partneralimentatie is aan de orde als je getrouwd bent geweest en de inkomens na de scheiding van elkaar afwijken. De gedachte is dat beide partners na de scheiding zoveel mogelijk dezelfde levensstandaard moeten kunnen houden. De partner die het laagste inkomen heeft kan mogelijk een aanspraak maken op een aanvulling van zijn of haar inkomen door de andere partner na echtscheiding. Er moeten afspraken worden gemaakt over de hoogte en duur van de partneralimentatie. Het is belangrijk dat er een gedetailleerde berekening wordt gemaakt om de hoogte te kunnen vaststellen. Zo’n berekening heet een draagkrachtberekening. Het is verstandig je in dit geval bij te laten staan door een advocaat.

Hoe bepaalt de rechter de hoogte van de alimentatie?

Om te bepalen of een recht bestaat op partneralimentatie wordt er gekeken naar wat u nodig heeft (behoefte) en wat uw ex-partner kan opbrengen (draagkracht).

Behoeftig is degene die niet voldoende inkomsten heeft en deze in redelijkheid ook niet zelf kan verkrijgen. De mate van welstand waarin partijen leefden voor de echtscheiding is daarbij maatgevend. Er wordt onder andere rekening gehouden met:

  • De inkomens voor- en na de scheiding
  • De mogelijkheid in de toekomst een eigen inkomen te verwerven
  • Of er kinderen zijn en hoe oud die zijn
  • De rolverdeling tijdens het huwelijk/partnerschap
  • De vaste lasten en eventuele aflossing op schulden na de scheiding

De draagkracht is het bedrag dat de alimentatieplichtige beschikbaar heeft voor alimentatie. Om vast te kunnen stellen wat iemands draagkracht is, zijn er normen ontwikkeld in de praktijk, de zogenaamde Trema-normen. Alhoewel deze normen een belangrijk uitgangspunt zijn bij het bepalen van de alimentatie, is de rechter niet aan deze normen gebonden. Bij het bepalen van de financiële draagkracht wordt ook gekeken naar individuele omstandigheden en verplichtingen. Indien de ex-partner voldoende financiële ruimte over houdt om naast zijn eigen betalingsverplichtingen nog een alimentatie te voldoen is er sprake van draagkrachtruimte. Daarvan wordt eerst alimentatie voor de kinderen toegewezen. Pas als er dan nog draagkrachtruimte over is, kan deze voor partneralimentatie worden gebruikt. Kinderalimentatie gaat dus vóór partneralimentatie.

Kinderalimentatie

Het onderwerp kinderalimentatie is erg in beweging geweest de laatste jaren. Welk bedrag ouders voor de kinderen dienen bij te dragen is een behoorlijk complex vraagstuk. Met uw advocaat proberen we samen vast te stellen wat een redelijk aandeel is voor beide ouders in de kosten voor opvoeding en verzorging van de kinderen. Dat hangt van een hoeveelheid factoren af.

Moet ik kinderalimentatie betalen?

Ouders zijn verplicht om financieel bij te dragen aan de verzorging en opvoeding van hun kinderen. Ouders hebben (zeker na de scheiding) meestal beide een inkomen maar hebben ook allebei een aandeel in de verzorging van de kinderen. Dat aandeel is echter meestal niet aan elkaar gelijk. Zulke factoren zijn communicerende vaten en beïnvloeden allemaal de hoogte van een uiteindelijke ouderbijdrage. Waren voorheen de vaste lasten, aflossing op schulden en overige uitgaven van invloed op de bijdrage, tegenwoordig is dat in mindere mate het geval. Er wordt nu gerekend met een aantal forfaitaire bedragen. Uw advocaat kan een alimentatieberekening voor u maken.

Alimentatieberekening

Wij beschikken over de meest recente expertise om een uitgebreide en objectieve alimentatie berekening te maken. Dat betekent dat we met u samen uitgebreid de feiten vaststellen zoals het voormalig gezinsinkomen en het huidige inkomen van beide ouders om daarna op basis van die gegevens de berekening te maken. Uiteindelijk kunnen de ouders in onderling overleg ook andere afspraken maken en van de berekening afwijken. Misschien willen jullie samen wel een hele andere financiële regeling afspreken. Alles kan en alles mag, zolang jullie het er maar met elkaar over eens worden.Wij hanteren dezelfde richtlijnen als de rechtbank en gebruiken hetzelfde rekenprogramma.

Wie is onderhoudsplichtig?

Juridische ouders zijn dus altijd onderhoudsplichtig, ook als er geen omgang met het kind is, en ook als de andere ouder eenhoofdig gezag heeft gekregen. Omgang en gezag spelen dus geen rol. De onderhoudsplicht duurt tot het kind 21 is.

Wie krijgt het geld?

Wanneer ouders uit elkaar gaan, heeft de ouder waar het kind officieel zijn hoofdverblijfplaats heeft meestal behoefte aan kinderalimentatie. Bij minderjarige kinderen ontvangt de ouder de kinderalimentatie. Vanaf de 18e verjaardag wordt het kind zélf de alimentatie-gerechtigde. Er bestaat niet zoiets als één vast bedrag voor iedereen. De kinderalimentatie verschilt van geval tot geval. Twee zaken zijn daarbij van belang: het bedrag dat de alimentatie-gerechtigde nodig heeft en het bedrag dat de alimentatieplichtige kan betalen. Om te berekenen welk bedrag de alimentatieplichtige kan betalen, moet een zogenaamde 'draagkrachtberekening' worden gemaakt.

Wat is de hoogte van de onderhoudsplicht?

Om de kosten van het kind of de kinderen te bepalen, wordt als uitgangspunt genomen: de levensstandaard van het kind op het moment dat de ouders nog bij elkaar waren. Het idee daarachter is dat het kind er financieel niet de dupe van mag worden dat zijn ouders uit elkaar gaan. Om te bepalen of en hoeveel een ouder aan kinderalimentatie moet voldoen, zal de rechter een driestappenplan volgen:

  1. De rechter stelt de financiële behoefte van het kind vast. (Hoeveel heeft het kind nodig?)
  2. De rechter stelt de draagkracht van de ouders vast. (Hoeveel kunnen de ouders betalen?)
  3. Hoeveel moeten beide ouders - gelet op hun draagkracht - naar rato bijdragen aan de kosten van de kinderen. (Hoeveel moet elk van de ouders bijdragen?

Stap 1 - het bepalen van de behoefte van het kind

De eerste stap die de rechter neemt bij het vaststellen van de kinderalimentatie is het vaststellen van de financiële behoefte van het kind. Hiermee wordt bedoeld dat de rechter zal vaststellen wat het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen is. In feite wordt gekeken welk deel van het inkomen van beide ouders besteed werd aan de kinderen. Hiervoor zijn tabellen beschikbaar. De tabellen zijn opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), in samenwerking met het Nibud. Zie: Werkgroep Alimentatienormen.  Met behulp van de tabellen vind je het bedrag dat de kinderen in totaal nodig hebben. Vervolgens moet dat bedrag (naar rato) verdeeld worden tussen de beide ex-partners, waarbij geen van beide meer hoeft te betalen dan hij of zij werkelijk kan. Daarvoor dient de draagkrachtberekening.

Stap 2 - het bepalen van de draagkracht van de ouders

Op het moment dat de rechter het eigen aandeel in de kosten van de kinderen heeft vastgesteld, zal de rechter vervolgens gaan kijken wat de draagkracht van beide ouders is. Met andere woorden: in hoeverre zijn beide ouders ook daadwerkelijk in staat om de bij stap 1 vastgestelde bedragen te betalen?

Stap 3 - het bepalen van de bijdrage in de kosten van de kinderen van beide ouders

Op het moment dat de rechter de draagkracht van beide ouders heeft vastgesteld zal de rechter bekijken welk bedrag partijen naar rato van hun draagkracht kunnen bijdragen aan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen. Dit wordt ook wel een draagkrachtvergelijking genoemd.

Is het bedrag definitief?

Er kunnen zich situaties voordoen waardoor de alimentatie-plichtige ouder in de toekomst niet langer het afgesproken bedrag kan betalen. Of waardoor de alimentatie-gerechtigde behoefte heeft aan een hogere bijdrage. Bijvoorbeeld als de kinderen bijzondere onkosten hebben zoals een duurdere priveschool of een nanny.  Of als je substantieel minder gaat verdienen.

De ouder die de alimentatie niet meer op kan brengen, zal een verzoek moeten indienen bij de rechtbank om het vastgestelde bedrag te wijzigen. De rechter zal dan beoordelen of er daadwerkelijk gewijzigde omstandigheden zijn, op grond waarvan een nieuwe berekening gemaakt moet worden.

Procedures

Bij een aanstaande echtscheiding zijn er vaak onderwerpen waarop direct een beslissing moet worden genomen. Of er moeten tijdelijke maatregelen worden getroffen zoals een voorlopige bijdrage in de kosten voor de vaste lasten of de kosten van de kinderen.

Kortom, er moeten soms een aantal zaken geregeld worden die niet zo lang kunnen wachten. Wanneer u het niet lukt afspraken te maken met uw ex-partner, kunt u via een advocaat een voorlopige voorziening bij de rechter aanvragen. Dat is een tijdelijke beslissing die geldig is voor de verdere duur van de echtscheidingsprocedure.

Een beslissing bij voorlopige voorziening is niet definitief. Uiteindelijk wordt er pas definitief geoordeeld in de echtscheidingsprocedure.

Juridisch ouderschap en gezag van twee moeders

Twee moeders

Op 1 april 2014 is de wet Lesbisch ouderschap ingevoerd. Sinds deze wet bestaat de mogelijkheid dat de kinderen die geboren worden binnen een huwelijk of een geregistreerd partnerschap van twee vrouwen twee juridische ouders hebben; de geboortemoeder en de meemoeder, ook wel duomoeder genaamd. Uit de wet volgt dat de moeder uit wie het kind geboren wordt (de geboortemoeder) altijd de juridisch ouder is. Er was echter nog niets geregeld voor de duomoeder. Die had van rechtswege geen gezag. Daarin is nu verandering gekomen.

Of de meemoeder van rechtswege ook juridische ouder met gezag is, hangt af van de volgende strikte voorwaarden:

Ten eerste moeten de twee vrouwen getrouwd zijn of geregistreerde partners zijn. Samenwoners met een (notarieel) samenlevingscontract vallen hier dus buiten.

Ten tweede moet het kind of de kinderen zijn verwekt met het zaad van een aanvankelijk anonieme donor, afkomstig van een in Nederland erkende fertiliteitskliniek. Is de donor een bekende van de moeders dan wordt de meemoeder niet van rechtswege de juridische ouder. Daarover hieronder meer.

Waarom moet het gaan om een “aanvankelijk” anonieme donor? Dit heeft te maken met het feit dat op grond van internationale verdragen en met name artikel 7 van het Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) ieder kind recht heeft afstammingsinformatie. Artikel 7 van het IVRK bevat onder andere het recht voor het kind om zijn ouders te kennen en door hen opgevoed te worden en dat kan alleen als het kind naarmate het ouder wordt, de beschikking krijgt over zogenaamde persoonsidentificerende gegevens van de donor. Is echter aan deze voorwaarden voldaan dan heeft het kind bij geboorte twee juridische ouders (moeders) met gezag.

Erkenning van het kind

Wat nu in de situatie dat de twee vrouwen niet getrouwd zijn (en geen geregistreerd partnerschap hebben) en/of de donor een bekende is? In dat geval is de geboortemoeder weer de eerste juridische ouder maar komen als mogelijke andere ouder de meemoeder óf de bekende donor in aanmerking als juridisch ouder. Beide kunnen namelijk op grond van de wet het kind erkennen. Voor erkenning is echter de toestemming van de geboortemoeder vereist en in de meeste gevallen zal het de meemoeder zijn die het kind met de toestemming van de geboortemoeder erkent. Vanaf het moment van de erkenning is de meemoeder ook juridisch ouder van het kind en zijn zij wettelijk familie van elkaar. In dat geval heeft de donor geen familierechtelijke relatie met het kind, immers drie ouders is wettelijk gezien niet mogelijk.

Gezag

Let op, daarmee heeft de meemoeder nog niet het gezag over het kind. Het feit dat de meemoeder het kind heeft erkend en zij daarmee wettelijk familie van elkaar zijn, betekent onder andere dat zij recht op omgang met elkaar hebben en dat het kind bij overlijden van de meemoeder zijn of haar erfgenaam is. Voor het gezag van de meemoeder is echter vereist dat zij het gezamenlijk gezag aanvragen. Dat kan middels een (schriftelijk) verzoek bij de rechtbank. En dit laatste wordt nog wel eens vergeten.

 Waarom gezamenlijk gezag?

Het gezag is belangrijk omdat daarmee rechten en plichten ontstaan die de meemoeder niet heeft als zij het kind slechts heeft erkend. Door het gezag heeft de meemoeder het recht en de plicht het kind te verzorgen en op te voeden en is zij de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de toestemming van de meemoeder vereist voor een medische behandeling, paspoort, reis naar het buitenland of de schoolkeuze voor het kind. Ook kan zij het kind in een rechtszaak vertegenwoordigen en voert zij het bewind over het vermogen van het kind.

Tot slot is nog het volgende belangrijk: de erkenning door de meemoeder werkt vanaf het moment van de erkenning en dus niet met terugwerkende kracht tot de geboorte. Het kan om verschillende redenen, onder andere het feit dat het kind tot de erkenning niet de wettelijke erfgenaam is van de meemoeder, belangrijk zijn om zo snel mogelijk na de geboorte de erkenning te regelen. Verder kunnen de twee moeders ook overwegen in plaats van de erkenning te kiezen voor adoptie van het kind door de meemoeder. Een erkenning is namelijk niet definitief. Een erkenning kan onder voorwaarden op verzoek van onder andere het kind zelf, door de rechtbank op een later moment worden vernietigd. Weliswaar kan een geadopteerd kind een adoptie bij de rechtbank laten herroepen, daaraan zijn echter zeer strikte voorwaarden verbonden. Zo kan dit alleen tussen het 20ste en 23ste levensjaar van het kind en moet de herroeping van de adoptie in het belang van het kind zijn. Daarnaast heeft de adoptie als voordeel een betere acceptatie van het ouderschap en de wettelijke positie van het kind in het buitenland.

Wilt u meer weten over erkenning en gezag, neem dan contact op met een van onze familierecht specialisten.

Kinderbeschermingsmaatregelen


Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Wanneer kan ik te maken krijgen met ondertoezichtstelling of zelfs uithuisplaatsing van mijn kind(eren)? Wat is de rol van Jeugdbescherming en wat doet de Raad voor de kinderbescherming? Wat zijn mij rechten en plichten en wie helpt mij daarbij?

Ouders die te maken krijgen met Jeugdbescherming voelen zich vaak overvallen, niet gehoord  en machteloos tegenover een grote hoeveelheid organisaties die veel van hen eisen. De advocaten van Van Koutrik bieden in zo’n situatie overzicht, en helderheid en steun. Zij kunnen u goed informeren over uw rechten en plichten en wat de mogelijkheden zijn om een ongewenste beslissing van Jeugdbescherming zo veel mogelijk te voorkomen.

Wat is de feitelijke gang van zaken?

Vaak begint het traject met een melding vanuit een betrokken instantie. Dat kan school zijn, de politie, een arts of zelfs een familielid. Vaak wordt een melding gedaan bij Veilig Thuis. Deze organisatie onderzoekt in eerste instantie of de melding serieus is en zal in dat geval de Raad voor de Kinderbescherming de opdracht geven een onderzoek op te starten.

Meestal wordt er dan contact met de beide ouders opgenomen en wordt u uitgenodigd voor een gesprek. Het is verstandig om al voor het eventuele eerste gesprek contact op te nemen met een advocaat. Wij kunnen u adviseren welke vragen u kunt verwachten en welke antwoorden wel en niet in het belang van uw zaak zijn. Ook zal de Raad met uw kind willen spreken indien het daarvoor oud genoeg is en daarvoor wordt uw toestemming gevraagd. Regelmatig krijgen wij de vraag of u verplicht bent aan zo’n onderzoek mee te werken. In juridische zin kan men niet gedwongen worden mee te werken aan het onderzoek, echter de praktijk leert dat niet meewerken soms een averechts effect heeft. Het is dan ook belangrijk om uw strategie van te voren met een advocaat te bespreken.

Op het moment dat het rapport af is, wordt u in de gelegenheid gesteld om op de rapportage te reageren. Dit is een belangrijke fase in het onderzoek. De rapportage is namelijk tijdens een eventuele gerechtelijke procedure van groot gewicht bij een belangenafweging door de rechtbank. Bereid uw reactie dus goed voor, is ons advies.

Wanneer kan een kind onder toezicht worden gesteld of uit huis worden geplaatst?

Ouders zijn verantwoordelijk voor zowel een gezonde lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en de veiligheid van hun kinderen. Soms zijn zij hiertoe zelf (tijdelijk) onvoldoende in staat. Dit kan verschillende oorzaken hebben maar is regelmatig het gevolg van problemen in het gezin zoals vechtscheidingen, schulden, maatschappelijke problemen of problematiek bij de kinderen zelf. Deze kunnen lichamelijk zijn maar hebben ook vaak te maken met het gedrag van kinderen of soms met middelengebruik van een van de ouders of beide.

Als de gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen in gevaar komt of al is geschaad, dan kunnen ouders te maken krijgen met maatregelen van kinderbescherming, zoals de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing. Van belang daarbij is dat alle maatregelen van kinderbescherming uiterste redmiddelen zijn. Overheidsbemoeienis met het gezinsleven is pas dan gerechtvaardigd als alle mogelijke hulpverlening op vrijwillige basis heeft gefaald. Dit uitgangspunt is verankerd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens, dat onder andere het recht op "family life" in al zijn aspecten beschermt. Het streven is dat zoveel mogelijk kinderen veilig zijn met zo min mogelijk dwang.

Vrijwillige hulpverlening (drangtraject)

Jeugdbescherming kan op verschillende manieren in beeld komen bij een ouder of een gezin. Soms doet een ouders zelf een beroep op de hulpverlening en soms vindt er een melding door iemand anders plaats, bijvoorbeeld bij Veilig Thuis of via de politie. Belangrijk bij de eerste fase is het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het kind zoveel mogelijk ligt bij het gezin en het netwerk van de ouders, zolang de jeugdige maar veilig is. Het werk van de hulpverlening zal vooral gericht zijn op aanpak van de vragen zoals: "wat is er aan de hand en wat moet er gebeuren zodat het kind of de jeugdige veilig is en blijft"?

Als de hulpverlening van mening is dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is dan kan een zogenaamd Drang traject worden ingezet. De ouders geeft een Drang traject vaak het gevoel van een situatie “op het randje”. De hulpverlening laat bijvoorbeeld weten dat zij de situatie zodanig ernstig vinden dat zij de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om een zogenaamd Raadsonderzoek uit te voeren. Verder kan het zijn dat hulpverlening al bepaalde normen stelt aan de ouders over de veiligheid van het kind. Normen die ouders het gevoel kan geven dat zij onder druk worden gezet als zij niet doen wat de hulpverlening van hen vraagt. Uiteindelijk kan de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek bij de rechter indienen om een kind onder toezicht te stellen.

Ondertoezichtstelling

Als de ontwikkeling van uw kind ernstig wordt bedreigd kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitspreken. In dat geval is de hulpverlening niet meer vrijwillig maar bent u verplicht deze te accepteren. De kinderrechter wijst een gezinsvoogd aan die gezinsmanager heet. Deze is namens Jeugdbescherming belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. U houdt wel zelf het gezag over uw kind of kinderen en uw toestemming is nog steeds vereist bij belangrijke beslissingen zoals de schoolkeuze voor het kind, medische behandelingen of de keuze waar u woont.

De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling alleen uitspreken als aan een paar voorwaarden is voldaan:

  • De wet stelt de eis dat de minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd;
  • Verder is het nodig dat de hulpverlening die noodzakelijk is voor het wegnemen van die bedreiging door de ouder(s) niet of onvoldoende wordt geaccepteerd;
  • Tot slot moet de verwachting zijn dat de ouders met de gedwongen hulpverlening binnen een redelijke termijn weer de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding voor de minderjarige(n) zelf kunnen dragen.

Het verzoek om ondertoezichtstelling wordt tijdens een zitting door de kinderrechter behandeld. Als uw kind 12 jaar of ouder is zal de kinderrechter uw kind tijdens een kindverhoor vragen om zijn of haar mening. Verder worden op de zitting nog de betrokken jeugdbeschermer en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. Meestal wordt een ondertoezichtstelling voor de maximale duur van een jaar uitgesproken maar het komt regelmatig voor dat de rechter een half jaar voldoende vindt, met name ook om tussentijds een vinger aan de pols te houden en te kunnen bepalen of er voldoende voortgang wordt geboekt met het plan van aanpak van de hulp.

Uithuisplaatsing

Uithuisplaatsing is slechts mogelijk nadat een rechter hiertoe een machtiging heeft verleend aan Jeugdbescherming. De wet stelt dat gebleken moet zijn dat dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind of tot onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Noodzakelijk is dat aannemelijk wordt gemaakt dat de hulpverlening thuis tevergeefs is geweest en er moet precies worden aangegeven welk doel met de uithuisplaatsing wordt nagestreefd. Daarnaast moet de noodzaak van de uithuisplaatsing worden afgewogen tegen het recht van het kind op het familie leven (art. 8 EVRM). Het Europese Hof stelt dat het kind slechts bij de ouders mag worden weggehaald als er geen andere manier is om het kind te beschermen. Een uithuisplaatsing betekent namelijk een vergaande inmenging in het familie- en gezinsleven van de ouder en het kind. Er zal dus eerst een onderzoek moeten zijn gedaan naar minder ingrijpende alternatieven. Kan het kind of de kinderen bijvoorbeeld een tijdje naar de grootouders?

Bij een beslissing tot uithuisplaatsing worden minderjarigen vanaf twaalf jaar of ouder opgeroepen om gehoord te worden tijdens een zgn. 'kindgesprek'. De ouders hebben recht op gefinancierde rechtsbijstand in deze moeilijke zaken en dus ook recht op ondersteuning van een advocaat gedurende de hele procedure inclusief de rechtszitting.De duur van de uithuisplaatsing is in principe voor een jaar. Net als de OTS kan door de rechter ook een kortere periode worden bepaald om te zorgen dat tussentijds kan worden getoetst of verdere uithuisplaatsing nog gerechtvaardigd is.

Inloopspreekuur

Heeft u een vraag voor onze familierecht advocaat? Kom langs tijdens ons wekelijkse inloopspreekuur: ook zonder afspraak. We staan elke woensdag tussen 16:00 uur en 19:00 uur voor u klaar.

Maak een afspraak

Van Koutrik Advocaten
Emmastraat 28
1075 HV Amsterdam

Telefoon: 020 676 8066
Fax: 020 676 8088
Mail: receptie@vankoutrikadvocaten.nl

Openingstijden

Wij zijn van maandag t/m vrijdag aanwezig van 09:00 tot 17:30 uur.

Daarnaast zijn wij ook buiten openingstijden beschikbaar voor het maken van een afspraak: ook ’s avonds of in het weekend. Precies wanneer het u uitkomt.